Uitspraak
200901398/1/H1) zijn de normen die in de ASVV 2004 zijn opgenomen aanbevelingen en is het college niet verplicht die te volgen, maar mag het college daar, als het die normen heeft toegepast als richtlijn, gemotiveerd van afwijken. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college dat in dit geval toereikend heeft gedaan. De rechtbank heeft voorts terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de voorziene parkeerplaatsen, gelet op de bestaande parkeerplaatsen, verkeerstechnisch onaanvaardbaar zijn.
200804977/1) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.