ECLI:NL:RVS:2011:BP1291
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- R. Grimbergen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten college Amsterdam inzake meldingsplicht woonruimten wegens slechte staat
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellante bij besluiten van 9 juli 2009 op straffe van een dwangsom de verplichting op om de beschikbaarheid van woonruimten te melden en huishoudens voor te dragen. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het college en de rechtbank Amsterdam werden afgewezen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college niet bevoegd was tot handhaving, omdat zij voornemens was zelf in een van de woonruimten te gaan wonen en omdat een van de woonruimten niet tot de distributiesector behoorde. Tevens stelde zij dat de woonruimten onbewoonbaar waren door ernstige gebreken, waardoor zij niet aan de opgelegde lasten kon voldoen.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving, maar dat appellante aannemelijk had gemaakt dat de woonruimten in zodanige slechte staat verkeerden dat handhavend optreden niet op zijn plaats was. De rechtbank had ten onrechte de slechte staat van de woningen onvoldoende meegewogen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en besluiten van het college, herroept de oorspronkelijke besluiten en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.