Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2011:BP1312

Raad van State

Datum uitspraak
19 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201005237/1/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P.A. Offers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bouwvergunning terras vanwege strijd met bestemmingsplan en overlast

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 13 september 2007 geweigerd om vrijstelling en een bouwvergunning te verlenen voor het realiseren van een terras ten behoeve van een café op een perceel met bestemming 'Verkeersdoeleinden'. Het college stelde dat het terras niet in overeenstemming was met het ruimtelijk beleid en dat uitbreiding van avondhoreca niet wenselijk is in het gebied. Tevens werd gewezen op bestaande overlast voor omwonenden en de verwachting dat het terras deze overlast zou vergroten.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het beroep op het gelijkheidsbeginsel had verworpen en dat het college niet in redelijkheid tot de weigering had kunnen komen, onder meer omdat er reeds meerdere terrassen in de straat zijn en haar café geen overlast veroorzaakt.

De Raad van State oordeelde dat het college beleidsvrijheid heeft en dat de rechter terughoudend moet toetsen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het terras niet past binnen het ruimtelijk beleid en dat het college de belangen van omwonenden bij het voorkomen van overlast zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellante. Het feit dat het college later wel een terrasvergunning verleende voor een eetcafé werd niet betrokken bij de beoordeling van het eerdere besluit.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van het college om vrijstelling en bouwvergunning te verlenen wordt bevestigd.

Uitspraak

201005237/1/H1.
Datum uitspraak: 19 januari 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2010 in zaak nr. 08/2228 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Weesp.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 september 2007 heeft het college geweigerd aan [appellante] vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het realiseren van een terras tegenover het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend [gemeente], sectie […], nummer […] (hierna: het perceel).
Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 april 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 mei 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 25 juni 2010.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 december 2010, waar [appellante], bijgestaan door mr. S. Essakkili, en het college, vertegenwoordigd door G.E.A.R. Kuppens en S. Snel, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het bouwplan voorziet in een terras ten behoeve van een op het perceel gevestigd café (hierna: het café). Vast staat dat het voorziene terras in strijd is met de ingevolge het bestemmingsplan "Rond de Grobbe" op het perceel rustende bestemming "Verkeersdoeleinden". Het college is niet bereid medewerking te verlenen aan een vrijstellingprocedure.
Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het voorziene terras niet in overeenstemming is met het ruimtelijk beleid zoals neergelegd in de Centrumvisie 2005-2015 (hierna: Centrumvisie) en de Detailhandelsnota 2007 (hierna: Detailhandelsnota) van de gemeente. De uitbreiding van "harde" of avondhoreca waar hoofdzakelijk drank wordt verstrekt, is volgens het college niet wenselijk in het gebied, "Rondje Centrum", waarbinnen het perceel is gelegen. Het college heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de omwonenden van het café thans reeds overlast ondervinden van het café en dat het voorziene terras, gelet op de ligging en geringe afstand tot de woonomgeving, zal leiden tot een toename van deze overlast.
2.2. De beslissing al dan niet vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan behoort tot de bevoegdheden van - in dit geval - het college, waarbij het college beleidsvrijheid heeft en de rechter de beslissing terughoudend moet toetsen, dat wil zeggen zich moet beperken tot de vraag of het college in redelijkheid tot zijn besluit om vrijstelling te weigeren heeft kunnen komen.
2.3. [appellante] betoogt tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte haar beroep op het gelijkheidsbeginsel niet heeft gehonoreerd. In de overwegingen van de aangevallen uitspraak is de rechtbank uitvoerig op deze grond ingegaan. [appellante] heeft in hoger beroep geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van die grond in de aangevallen uitspraak onjuist, dan wel onvolledig zou zijn.
2.4. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren vrijstelling te verlenen. Zij voert daartoe aan dat haar café thans geen overlast voor omwonenden veroorzaakt. De eventuele overlast die het voorziene terras met zich zal brengen zal volgens haar, als gevolg van de aanwezigheid van meerdere horecagelegenheden met terras in dezelfde straat als het perceel, niet anders of groter zal zijn dan de reeds bestaande overlast. Zij wijst er voorts op dat het college wel bereid is vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor een terras ten behoeve van een eetcafé, terwijl de overlast die het voorziene terras met zich zal brengen niet anders is dan bij een terras ten behoeve van een eetcafé.
2.4.1. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de belangen onvoldoende zorgvuldig zijn afgewogen. Niet in geschil is dat het voorziene terras niet in past binnen het ruimtelijk beleid zoals neergelegd in de Centrumvisie en Detailhandelsnota. Het college heeft zich, gelet op het advies van 26 juni 2007 van de Politie Gooi- en Vechtstreek en de door omwonenden ingediende zienswijzen, voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat omwonenden overlast ondervinden vanwege het café van [appellante] en heeft zich tevens in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het voorziene terras een toename van deze overlast met zich zal brengen. De omstandigheid dat er in de omgeving van het perceel reeds overlast als gevolg van terrassen bij horecagelegenheden bestaat brengt voorts niet met zich dat het college de ruimtelijke belangen en de belangen van omwonenden bij het voorkomen van meer overlast niet zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van [appellante] bij realisering van het voorziene terras. Dat het college vrijstelling en bouwvergunning heeft verleend aan [appellante] voor een terras tegenover het perceel ten behoeve van een eetcafé betreft voorts een omstandigheid van na het besluit op bezwaar van 22 april 2008. Reeds hierom heeft de rechtbank dit terecht niet betrokken bij de beoordeling van dit besluit.
De rechtbank heeft, gelet op het voorgaande, terecht overwogen dat het college in redelijkheid heeft kunnen weigeren vrijstelling te verlenen.
Het betoog faalt.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.
w.g. Offers w.g. Lodder
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2011
17-580.