ECLI:NL:RVS:2011:BP2067
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- A.B.M. Hent
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake aanlegvergunning Stelling van Den Helder en belanghebbendheid Belangenvereniging Indische Buurt
Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder verleende op 5 augustus 2008 een aanlegvergunning aan Zeestad C.V. voor de eerste fase van de inrichting van de Stelling van Den Helder. De Belangenvereniging Indische Buurt maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college eerst ongegrond werd verklaard en later werd ingetrokken met een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van de Belangenvereniging gegrond en vernietigde het besluit van 30 juni 2009, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde in hoger beroep dat de Belangenvereniging niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat haar statutaire doel te algemeen was en zij geen feitelijke werkzaamheden verrichtte die het belang in het bijzonder behartigen. De Raad van State oordeelde echter dat de werkzaamheden van de Belangenvereniging, waaronder deelname aan bestuursrechtelijke procedures en betrokkenheid bij buurtprojecten, wel degelijk als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, Awb kunnen worden beschouwd. Bovendien grenst het werkgebied van de vereniging aan de locatie van de werkzaamheden.
De Raad van State bevestigde dat de Belangenvereniging een bundeling van individuele belangen vertegenwoordigt en daarmee effectieve rechtsbescherming biedt. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.