ECLI:NL:RVS:2011:BP2539
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens illegaal verblijf en niet voldoen aan standstillbepaling
De vreemdeling, een Turkse staatsburger, verbleef sinds 1986 grotendeels illegaal in Nederland zonder geldige verblijfsvergunning. Hoewel hij tussen 2003 en 2005 tijdelijk rechtmatig verbleef in afwachting van beslissingen op zijn aanvraag, was dit verblijf van voorlopige aard en gaf het geen zelfstandige rechten volgens artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80.
De vreemdeling werkte bovendien onrechtmatig in de keramische industrie. Hij beriep zich op artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80, dat beperkingen op toegang tot werkgelegenheid en verblijf aan Turkse werknemers en hun gezinsleden verbiedt, mits zij legaal verblijven. Het Hof van Justitie bevestigde dat artikel 13 niet Pro geldt voor personen die illegaal verblijven.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten van artikel 13 omdat Pro hij zich niet aan de regels inzake toegang, verblijf en arbeid hield. De eerdere uitspraak van de rechtbank, die de aanvraag om een verblijfsvergunning afwees, werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.