Uitspraak
201010854/1/M1- waarbij de voorzitter een vergelijkbare last onder dwangsom die terzake van een andere overtreding aan [verzoeker] was opgelegd, heeft geschorst - volgt dat deze lasten niet in stand kunnen blijven.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Waterland legde aan verzoeker op 2 november 2010 meerdere lasten onder dwangsom op wegens overtreding van artikelen 10.2, 10.37 en 10.38 van de Wet milieubeheer. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening bij de Raad van State.
Tijdens de zitting op 24 januari 2011, waar beide partijen verschenen, bleek dat het college het bestreden besluit op 4 januari 2011 had ingetrokken. Het college stelde dat de overtreding van artikel 10.2 was beëindigd en dat eerdere uitspraken tot schorsing van vergelijkbare lasten onder dwangsom maakten dat de overige lasten niet in stand konden blijven. Er waren geen dwangsommen verbeurd.
Gezien de intrekking en het ontbreken van spoedeisend belang wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, omdat het college met de intrekking aan het bezwaar tegemoet was gekomen. Tevens werd het college verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.