ECLI:NL:RVS:2011:BP3694
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. Konijnenbelt
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens onvoldoende naleving Arbowet en Arbobesluit
De minister legde op 6 februari 2009 een boete van €6.750 op aan [wederpartij] wegens overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet in verbinding met artikel 3.2 van het Arbobesluit, omdat de arbeidsplaats niet veilig toegankelijk was. Het betrof een arbeidsongeval op 18 januari 2008 waarbij een werknemer in een keuken met een gladde vloer uitgleed en twee dagen in het ziekenhuis verbleef.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en stelde de boete op nihil, omdat de werkgever de risico's had geïnventariseerd en maatregelen had genomen zoals het verstrekken van antislipschoenen en het plaatsen van een dweil. De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de arbeidshygiënische strategie niet was gevolgd, omdat de werkgever geen antislipvloer had aangebracht, wat volgens hem de eerste matigingsgrond uitsloot.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet naleven van de arbeidshygiënische strategie deel uitmaakt van de overtreding zelf en niet opnieuw kan worden betrokken bij de matigingsgronden. De werkgever had de risico's voldoende geïnventariseerd en passende maatregelen genomen, en de minister had geen tegenbewijs geleverd. Daarom was de boete terecht op nihil gesteld. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €874 en tot betaling van griffierecht van €448.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de boete van €6.750 wordt op nihil gesteld.