Uitspraak
200808878/1/H2volgt dat, nu feitelijk aan het vereiste van een BPV was voldaan, de omstandigheid dat deze deelnemersinformatie niet tijdig in het Bron was ingevoerd geen gevolg mag hebben voor de vaststelling van de rijksbijdrage 2008.
Raad van State
Het Albeda College stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Onderwijs om de rijksbijdrage 2008 te verlagen en een bedrag terug te vorderen, omdat volgens het college onjuiste deelnemersgegevens waren gebruikt. De minister had de rijksbijdrage aanvankelijk vastgesteld op basis van deelnemersgegevens (Bronfoto 1) en later bijgesteld, waarbij onjuiste deeltijdfactoren waren toegepast. Het college voerde aan dat alle deelnemers beschikten over een beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BPV), wat volgens hen niet correct was weerspiegeld in de gebruikte gegevens.
De Raad van State oordeelde dat het college tijdig en correct de deelnemersgegevens had moeten aanleveren, conform de harde deadline van 10 augustus 2007. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat de deeltijdfactoren definitief waren vastgesteld bij het besluit van 17 april 2008, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak. Het college kon niet aannemelijk maken dat alle deelnemers over een BPV beschikten, en het beroep op eerdere uitspraken en mededelingen over de gegevenslevering faalde.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep van het Albeda College ongegrond verklaarde en handhaafde het besluit van de minister tot terugvordering van € 723.104. De procedurekosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van de minister tot herziening van de rijksbijdrage 2008 en verklaart het hoger beroep van het Albeda College ongegrond.