ECLI:NL:RVS:2011:BP5114
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen maatregel vreemdelingenbewaring en vertrektermijn Nederland
De minister voor Immigratie en Asiel stelde de vreemdeling op 21 december 2010 in vreemdelingenbewaring na intrekking van zijn verblijfsvergunning en ongewenstverklaring per 8 december 2010, met een vertrektermijn van 24 uur. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de vertrektermijn ten tijde van de bewaring nog niet was verstreken en hechtte schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de mededeling dat de vreemdeling Nederland binnen 24 uur moest verlaten, een vertrektermijn van nul dagen inhoudt, waardoor de bewaring rechtmatig was. De Raad van State bevestigde dit standpunt, verwijzend naar eerdere jurisprudentie, en oordeelde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De Afdeling overwoog tevens dat de omstandigheden van de vreemdeling, zoals een vast adres en werk, geen reden vormden om van de bewaring af te zien.
De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de minister in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.