ECLI:NL:RVS:2011:BP5442
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering kindertoeslag 2008
Appellante verzocht de Belastingdienst om kindertoeslag over 2008, welke aanvraag bij besluit van 16 februari 2009 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de Belastingdienst het bezwaar ongegrond, waarna appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank wees het beroep af bij uitspraak van 4 mei 2010. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de Belastingdienst het eerdere besluit van 26 augustus 2009 in en kende alsnog de gevraagde kindertoeslag toe bij besluit van 26 augustus 2010. Appellante bleef echter een oordeel wensen over de rechtmatigheid van het eerdere besluit en de handelwijze van de Belastingdienst, en verzocht tevens om vergoeding van proceskosten.
De Raad van State overwoog dat het hoger beroep alleen ontvankelijk is bij een actueel geschil over een bestuursbesluit. Nu de Belastingdienst het besluit heeft ingetrokken en de toeslag heeft toegekend, ontbreekt het belang bij verdere behandeling. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding biedt onvoldoende aanleiding voor inhoudelijke beoordeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af omdat geen sprake was van een aan de Belastingdienst toe te rekenen onrechtmatigheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil is komen te vervallen door intrekking van het besluit en toekenning van de toeslag.