ECLI:NL:RVS:2011:BP5459
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning wegens onvoldoende motivering inhoud woning
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas verleende op 28 juli 2009 een bouwvergunning onder vrijstelling van het bestemmingsplan voor het oprichten van een woning op een perceel te Broekhuizervorst. [Appellant] maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde [appellant] hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de wijzigingen in het bouwplan van ondergeschikte aard waren en dat de ruimtelijke onderbouwing, inclusief een aanvullend rapport, voldeed aan de eisen. Wel oordeelde de Afdeling dat het college ten onrechte niet had meegewogen dat de woning de maximaal toegestane inhoud van 1000 m³ overschreed, doordat een deel van het gebouw als bijgebouw werd aangemerkt terwijl dit feitelijk onderdeel van de woning was.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motivering omtrent de inhoudsoverschrijding. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellant].
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bouwvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de overschrijding van de maximale inhoud van de woning.