Uitspraak
201002885/1/M1 en 201002656/1/M2is die vergunning in rechte onaantastbaar geworden. Dit brengt mee dat, nu ook anderszins geen grond bestaat om dat aan te nemen, [appellanten] geen belang hebben bij dit betoog. Het faalt.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder verleende meerdere bouwvergunningen aan een vergunninghoudster voor het oprichten en veranderen van een kas en bedrijfsruimte op een perceel te Luttelgeest. De appellanten, omwonenden, maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden dat het college de vergunningen ten onrechte niet had aangehouden vanwege de noodzaak van een milieuvergunning voor de inrichting.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De appellanten voerden onder meer aan dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan omdat de energieopwekking met warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK's) zou leiden tot een andere hoofdactiviteit dan agrarische bedrijvigheid.
De Afdeling overwoog dat de milieuvergunning voor de paprikakwekerij inmiddels onherroepelijk was en dat de aanhoudingsplicht van de bouwvergunning niet van toepassing was. Tevens oordeelde zij dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de WKK's niet voor de bedrijfsvoering van de kas nodig zijn en dat het bestemmingsplan niet werd geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.