ECLI:NL:RVS:2011:BP5928
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek erkenning UNHCR
De vreemdeling had een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, welke op 5 september 2008 door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De vreemdeling was door de UNHCR erkend als vluchteling, maar het besluit en het daarop volgende oordeel van de rechtbank hielden geen voldoende onderzoek in naar de aard van deze erkenning, of deze op individuele of categoriale gronden was verleend.
De Raad van State oordeelde dat het beleid, zoals neergelegd in paragraaf C2/2.13 van de Vreemdelingencirculaire 2000, vereist dat de minister onderzoekt op welke gronden de UNHCR de erkenning heeft verleend. Dit onderzoek ontbrak in het besluit van 5 september 2008 en de minister kon zijn stelling van contact met de UNHCR niet concreet onderbouwen.
Daarom is het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht genomen en dient het vernietigd te worden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.196,00. De overige grieven werden niet behandeld omdat het hoger beroep reeds gegrond werd verklaard op de hoofdlijn.
Uitkomst: Het besluit van 5 september 2008 tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de erkenning door de UNHCR.