Uitspraak
201007717/1/H1, die ziet op het verzoek van de Stichting om een gebruiksverbod in te stellen voor het Westerdiepsterdallenkanaal, heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank Groningen terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat de voormelde vrijstelling er tevens toe strekt het gebruik van dat kanaal als vaarwater mogelijk te maken, zodat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd was tegen dat gebruik handhavend op te treden. Het door de Stichting gevreesde gebruik was zodoende op basis van de vrijstelling reeds mogelijk, zodat het voorliggende plan in zoverre geen nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt. Evenmin is gebleken dat de feiten en omstandigheden sedertdien in relevante mate zijn gewijzigd. Derhalve is in zoverre niet gebleken van een spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat in afwachting van de behandeling van het beroep een voorlopige voorziening wordt getroffen.