Uitspraak
200103151/1) leidt het volgen van een dergelijke handelwijze niet op voorhand tot de conclusie dat het college zich niet een eigen oordeel heeft gevormd omtrent hetgeen een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening vereist. Nu voorts uit de conclusie van het goedkeuringsbesluit volgt dat het plan volgens het college voldoet aan de wijzigingsregels die in het bestemmingsplan zijn gesteld en het college met betrekking tot dit plan uit planologisch en beleidsmatig oogpunt ook geen bezwaren heeft, overweegt de Afdeling dat Breevast en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat het college geen zelfstandige belangenafweging heeft gemaakt.