ECLI:NL:RVS:2011:BP8570

Raad van State

Datum uitspraak
24 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201100873/3/H1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.10 ChwArt. 2.14 ChwArt. 1.6 ChwArt. 8:81 AwbArt. 17 lid 3 Monumentenwet 1988
Verwijzingen
19 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen opschorting projectuitvoeringsbesluit Wassenaar

De raad van de gemeente Wassenaar nam op 29 november 2010 een projectuitvoeringsbesluit voor de bouw van 25 woningen aan de Hoge Klei. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door appellanten. Op 10 februari 2011 verzochten de verzoekers de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om de opschorting van het besluit op te heffen.

De voorzitter overwoog dat op grond van artikel 2.14 van de Crisis- en herstelwet de inwerkingtreding van het projectuitvoeringsbesluit automatisch wordt opgeschort zodra beroep is ingesteld, totdat de Afdeling op het beroep beslist. De wet voorziet niet in de mogelijkheid dat de voorzitter deze opschorting tussentijds kan opheffen, anders dan bij uitzonderlijke omstandigheden, die hier niet aanwezig waren.

Verder werd meegewogen dat het beroep met toepassing van afdeling 8.2.3 Awb in behandeling is genomen en dat de zitting gepland stond op 19 april 2011. Gezien de korte termijn en de ingrijpende gevolgen van het besluit was het niet gerechtvaardigd om de opschorting op te heffen. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen zonder zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van de opschorting van het projectuitvoeringsbesluit is afgewezen.

Uitspraak

201100873/3/H1.
Datum uitspraak: 24 februari 2011
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van de vennootschap onder firma Bouwcombinatie Hoge Klei V.O.F., gevestigd te Voorburg, en andere (hierna: verzoekers),
om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) hangende het beroep van:
[appellant] e.a., allen te Wassenaar (hierna: [appellanten],
en
de raad van de gemeente Wassenaar,
(hierna: de raad).
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2010 heeft de raad een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) genomen ten aanzien van een plan voor de bouw van woningen, gelegen aan de Hoge Klei, kadastraal bekend Wassenaar, sectie B, nrs. 7246, 10137, 10283.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2011, hebben [appellanten] beroep ingesteld tegen dat besluit.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2011, hebben verzoekers de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen
2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.
2.2. Het projectuitvoeringsbesluit is met toepassing van artikel 2.10, eerste lid, van de Chw door de raad vastgesteld ten aanzien van een plan dat voorziet in de ontwikkeling en verwezenlijking van 25 woningen.
2.3. Het projectuitvoeringsbesluit strekt, gelet op artikel 2.10, derde lid, van de Chw, gelezen in verbinding met het tweede lid van dat artikel, ter vervanging van de toestemmingen die vereist zouden zijn geweest voor de ontwikkeling en verwezenlijking van het plan, met uitzondering van de toestemmingen die zijn vereist krachtens de Flora- en faunawet, hoofdstuk V, paragraaf 3, van de Monumentenwet 1988 en artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet.
2.4. Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Chw is afdeling 2 van die wet van toepassing op het projectuitvoeringsbesluit.
Ingevolge artikel 1.6, eerste lid, van de Chw, behandelt de Afdeling het beroep met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Awb.
Ingevolge artikel 1.6, vierde lid, van de Chw doet de Afdeling binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak.
Ingevolge artikel 2.14, tweede volzin, van de Chw wordt de inwerkingtreding van een projectuitvoeringsbesluit opgeschort indien gedurende de beroepstermijn beroep wordt ingesteld, totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.
2.5. Het beroep van [appellanten] heeft, gelet op artikel 2.14 van de Chw, tot gevolg dat de inwerkingtreding van het projectuitvoeringsbesluit is opgeschort.
2.6. Het verzoek om voorlopige voorziening is er op gericht de opschorting op te heffen. Artikel 2.14, tweede volzin, van de Chw verbindt echter de beëindiging van de opschorting aan de beslissing van de Afdeling op het beroep. De Chw voorziet, anders dan bijvoorbeeld artikel 17, derde lid, van de Monumentenwet 1988, niet uitdrukkelijk in de mogelijkheid dat de voorzitter hangende het beroep de opschorting opheft. Blijkens de geschiedenis van totstandkoming van de Chw (Kamerstukken II 2009/10, 32 217, nr. 3, blz. 21) is wat betreft een projectuitvoeringsbesluit uitdrukkelijk voor deze regeling gekozen vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen die een zodanig besluit kan hebben voor de fysieke leefomgeving en vanwege de korte termijn van zes maanden na afloop van de beroepstermijn waarbinnen de Afdeling op het beroep moet beslissen. Nu de wetgever uitdrukkelijk voor deze regeling heeft gekozen, bestaat, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek met toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Van dergelijke omstandigheden is geen sprake. Daarbij neemt de voorzitter nog in aanmerking dat het beroep ingevolge artikel 1.6, eerste lid, van de Chw met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Awb in behandeling is genomen en dat de behandeling ter zitting van dat beroep thans is voorzien op 19 april 2011.
2.7. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van staat.
w.g. Slump
voorzitter
w.g. Huijben
ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2011
313.