Uitspraak
200900437/1/R1) is voor het antwoord op de vraag of in een concreet geval voldoende inzicht is geboden in de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkeling in een bepaald gebied onder meer van belang of het gebied specifieke waarden toekomt. Zo zal een uit te werken plan dat onderdeel uitmaakt van een nationaal landschap in het algemeen meer stringente uitwerkingsregels omtrent de bebouwing moeten bevatten dan een uit te werken plan dat ziet op een gebied zonder deze te beschermen waarden.
200904631/1/M2heeft de Afdeling het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem van 23 september 2008 tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden ten behoeve van het onderhavige bestemmingsplan wegens strijd met artikel 110f, eerste lid, van de Wgh vernietigd, nu daarbij ten onrechte geen onderzoek was gedaan naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Ingevolge artikel 76, eerste lid, van de Wgh had de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor woningen binnen de zones langs wegen dan ook de voorkeursgrenswaarde van 48 dB in acht moeten nemen. Nu de raad dat niet heeft gedaan had het college voor wat betreft het plandeel met de bestemming "Verkeersdoeleinden" goedkeuring aan het bestemmingsplan dienen te onthouden.