ECLI:NL:RVS:2011:BP9301
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet ingewilligd verzoek om uitstel zitting in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had bij brief van 6 april 2010, tijdig binnen de door de rechtbank gestelde termijn, een verzoek om uitstel van de zitting op 11 mei 2010 ingediend wegens verhindering. De rechtbank heeft dit verzoek echter niet ingewilligd en de zitting op de geplande datum doorgezet. Hierdoor werd de vreemdeling niet in de gelegenheid gesteld zijn beroep ter zitting nader toe te lichten.
De Raad van State oordeelt dat het faxbericht van 6 april 2010, ondanks dat er niet expliciet om een andere datum werd gevraagd, gezien de inhoud en de omstandigheden als een verzoek om uitstel moet worden beschouwd. Het niet inwilligen van dit verzoek is in strijd met de procesregeling bestuursrecht 2008, die voorschrijft dat een verzoek om uitstel binnen een week na uitnodiging moet worden gehonoreerd.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 juli 2010 en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling. Tevens stelt de Raad van State de kosten van het hoger beroep vast op €437,00 en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding hiervan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.