ECLI:NL:RVS:2011:BQ0754
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- C.E.C.M. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
De vreemdeling heeft bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die voorkomt dat hij wordt uitgezet gedurende de behandeling van zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
De staatssecretaris van Justitie had eerder de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling werd inmiddels in het Uitzetcentrum Zestienhoven geplaatst met het oog op zijn uitzetting.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel het feit dat de vreemdeling in het uitzetcentrum is geplaatst een spoedeisend belang kan opleveren, er geen grond is om aan te nemen dat de vergunning ten onrechte is geweigerd. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening ongegrond en wordt het afgewezen. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting van de vreemdeling wordt afgewezen.