ECLI:NL:RVS:2011:BQ1845

Raad van State

Datum uitspraak
20 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201008430/1/H2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bekendmaking Keur en Besluit hoogheemraadschap

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft bij brief van 21 december 2009 de Keur 2009 en het Besluit algemene regels op grond van de Keur bekendgemaakt. [Appellant] maakte bezwaar tegen deze bekendmaking, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.

[Appellant] stelde dat de bekendmaking geen besluit was en dat onderdelen van het Besluit niet op het aangekondigde tijdstip ter inzage hadden gelegen, waardoor de normstelling ongeldig zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bekendmaking slechts een mededeling is die leidt tot inwerkingtreding van het besluit en zelf geen besluit is in de zin van de Awb. Hierdoor was bezwaar tegen de bekendmaking niet ontvankelijk.

De Afdeling bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verwierp het hoger beroep van [appellant]. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 20 april 2011.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.

Uitspraak

201008430/1/H2.
Datum uitspraak: 20 april 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 15 juli 2010 in zaken nrs. 10/1859 en 10/1860 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
1. Procesverloop
Bij brief van 21 december 2009 heeft het college de Keur van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009 (hierna: de Keur) en het Besluit algemene regels op grond van de Keur (hierna: het Besluit) bekendgemaakt.
Bij besluit van 20 april 2010 heeft het college het door [appellant] tegen de bekendmaking van de besluiten van 15 december 2010 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 15 juli 2010, verzonden op 19 juli 2010, heeft de voorzieningenrechter het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 augustus 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 22 september 2010.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 april 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. J.A.W. Enoch, advocaat te Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.W. Schippers, werkzaam bij het hoogheemraadschap, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap heeft in zijn vergadering van 15 december 2009 de Keur vastgesteld. Voorts heeft het college in zijn vergadering van 15 december 2009 het Besluit vastgesteld. Op 21 december 2009 heeft het college de vaststelling van de Keur en van het Besluit bekend gemaakt. Daarbij heeft het college vermeld dat de Keur en het Besluit op 22 december 2009 in werking treden en vanaf die datum gedurende twaalf weken ter inzage liggen op het waterschapskantoor te Houten.
2.2. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat zowel ten aanzien van de Keur als het Besluit sprake is van algemeen verbindende voorschriften. Voorts betoogt [appellant] dat de vaststelling van de Keur en het Besluit niet geldig is. [appellant] stelt dat onderdeel 18 van het Besluit, dat betrekking heeft op het onttrekken van grondwater uitsluitend voor het drooghouden van sleuven ten behoeve van aanleg van riolering, kabels en leidingen (sleufbemalingen), niet op het aangekondigde tijdstip ter inzage heeft gelegen. Nu niet alle stukken ter inzage hebben gelegen op het tijdstip dat werd aangekondigd, is volgens [appellant] geen sprake van een zelfstandige normstelling.
2.2.1. Ter zitting heeft [appellant] toegelicht dat zijn bezwaar is gericht tegen de brief van 21 december 2009, waarbij de Keur en het Besluit zijn bekendgemaakt.
De brief van 21 december 2009 behelst slechts de bekendmaking van de Keur en het Besluit. In de Awb heeft de wetgever onderscheid gemaakt tussen 'besluiten' en 'bekendmaking' van besluiten. De bekendmaking is niet ook een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, nu de bekendmaking niet is gericht op rechtsgevolg, maar slechts leidt tot inwerkingtreding van rechtsgevolgen die het besluit zelf beoogt in het leven te roepen.
Nu geen sprake is van een besluit, kon daartegen geen bezwaar worden gemaakt. Gelet hierop heeft de voorzieningenrechter terecht, zij het op andere gronden, geoordeeld dat het college het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Het betoog faalt.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.
w.g. Borman w.g. Poot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2011
362-630.