ECLI:NL:RVS:2011:BQ1851
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.C. Kranenburg
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking vergunning Veerplein Kruiningen
Appellant had een vergunning voor het gebruik van het Veerplein te Kruiningen voor het houden van een cafetaria annex wachtlokaal met bijkomende werken. Deze vergunning werd door de minister op 21 augustus 2006 ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister werd afgewezen bij besluit van 20 november 2008. Vervolgens verklaarde de rechtbank Middelburg het beroep van appellant tegen de intrekking ongegrond in haar uitspraak van 27 mei 2010.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep richtte zich uitsluitend tegen de overweging van de rechtbank dat appellant geen belang had bij een vergoeding van schade op grond van de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999. De Raad van State oordeelde dat appellant geen belang had bij dit onderdeel en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 20 april 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder voorzitterschap van R.W.L. Loeb.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.