Uitspraak
200903967/1/H3). [appellant] voert aan dat hij, anders dan de appellant in die zaak, geen andere rechtsmiddelen aan kan wenden. Het correctierecht is volgens [appellant] daarom in dit geval ook bedoeld om indrukken, beoordelingen en conclusies te verwijderen. Voor zover de uitspraak van de Afdeling het correctierecht beperkt, is dat bovendien in strijd met de richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (hierna: de Privacyrichtlijn), en met de Wbp, aldus [appellant]. Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat gegevens in het dossier onjuist zijn. Hij voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij aannemelijk moet maken dat de feiten die zijn opgenomen in het betrokken dossier onjuist zijn. Deze bewijslastverdeling volgt uit de Privacyrichtlijn noch de Wbp, aldus [appellant].