ECLI:NL:RVS:2011:BQ1878

Raad van State

Datum uitspraak
20 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201008656/1/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • J.C. Kranenburg
  • N.S.J. Koeman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:41 AwbArt. 3:43 AwbArt. 3:44 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen bouwvergunningen Elzenbos te Brummen

Het college van burgemeester en wethouders van Brummen verleende in januari 2009 bouwvergunningen voor verschillende woningen binnen het project Elzenbos. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunningen, maar dienden dit bezwaar buiten de wettelijke termijn in. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij niet tijdig waren geïnformeerd over de vergunningen, omdat zij alleen zienswijzen hadden ingediend tegen een eerdere vrijstelling uit 2008. De Raad van State overwoog dat de bouwvergunningen niet onder afdeling 3.4 Awb vielen en dat publicatie in het huis-aan-huisblad voldoende was voor kennisgeving.

De Raad van State concludeerde dat appellanten tijdig op de hoogte hadden kunnen zijn van de vergunningen en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.

Uitspraak

201008656/1/H1.
Datum uitspraak: 20 april 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten] en anderen, allen wonend te Brummen,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen van 3 augustus 2010 in zaak nrs. 10/1105 en 10/509 in het geding tussen:
[appellanten] en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Brummen.
1. Procesverloop
Bij besluit van 1 juli 2008 heeft het college vrijstelling verleend voor de realisatie van de eerste fase van het project Elzenbos, bestaande uit 133 woningen, een rotonde als aansluiting op de Zutphensestraat en aanverwante voorzieningen als wegen, paden, groen, oeververbindingen en water.
Bij besluit van 14 januari 2009 heeft het college aan Bouwfonds Mab Ontwikkeling B.V. bouwvergunning verleend voor het bouwen van 23 huurwoningen op de percelen Poelruit, ongenummerd, en Goudzuring, ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Brummen, sectie I nummer 104 en sectie I nummer 94, te Brummen.
Bij besluit van 15 januari 2009 heeft het college aan Bouwfonds Mab Ontwikkeling bouwvergunning verleend voor het bouwen van 20 woningen (10 rijwoningen, 4 vrijstaande woningen en 6 twee onder één kap-woningen) op de percelen Het Stroomdal, ongenummerd, Akkergeelster, ongenummerd, en Goudzuring, ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Brummen, sectie I nr. 1041 en sectie I nummer 94, te Brummen.
Bij besluit van 20 januari 2009 heeft het college aan Rotij Bouwontwikkeling Oost B.V. bouwvergunning verleend voor het oprichten van 9 geschakelde, 4 half vrijstaande en 3 vrijstaande woningen op de percelen Het Stroomdal, ongenummerd, Het Stroomdal, ongenummerd, en Morgenster, ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Brummen, sectie I, nummer 104 en sectie I nummer 94, te Brummen.
Bij besluit van 20 januari 2009 heeft het college aan Van Campen Planontwikkeling B.V. bouwvergunning verleend voor het oprichten van 11 woningen op de percelen Het Stroomdal, ongenummerd, Alant, ongenummerd, en Het Stroomdal, ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Brummen, sectie I nummer 1041 en sectie I nummer 94, te Brummen.
Bij besluit van 9 februari 2010 heeft het college het door [appellanten] en anderen tegen het besluit van 14 januari 2009, het besluit van 15 januari 2009 en de besluiten van 20 januari 2009 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 3 augustus 2010, verzonden op 4 augustus 2010, heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het door [appellanten] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 september 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 8 oktober 2010.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 maart 2011, waar het college, vertegenwoordigd door O.G. Sprikkelman en G.J. Schoemaker, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is daar gehoord Van Campen Planontwikkeling, vertegenwoordigd door ing. J.G. Boelen.
2. Overwegingen
2.1. In dit geding is uitsluitend aan de orde de vraag of [appellanten] en anderen tijdig rechtsmiddelen hebben aangewend tegen de bouwvergunningen van 14 januari 2009, 15 januari 2009 en 20 januari 2009. Onder verwijzing naar de uitspraak van 1 september 2010 in zaak nr.
201002910/1/H1, overweegt de Afdeling dat op deze vraag het recht van toepassing is zoals dat gold tot 1 juli 2008.
2.2. Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.
Ingevolge artikel 3:43, eerste lid, wordt tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
Ingevolge artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder a en b, dient de mededeling als bedoeld in artikel 3:43, eerste lid, indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, te geschieden door publicatie in een huis-aan-huisblad en door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die tegen het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht.
Ingevolge artikel 6:7 bedraagt Pro de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.
Ingevolge artikel 6:11 blijft Pro niet-ontvankelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.3. [appellanten] en anderen hebben bij brief van 27 mei 2009 bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 14 januari 2009, 15 januari 2009 en 20 januari 2009. Vast staat dat dit bezwaarschrift is ingediend buiten de daarvoor ingevolge artikel 6:7 van Pro de Awb geldende termijn. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar kan worden geacht.
2.4. [appellanten] en anderen betogen dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat zij door het college ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard in hun bezwaar. Daartoe voeren [appellanten] en anderen aan dat zij ten onrechte niet door het college in kennis zijn gesteld van de bouwvergunningen van 14 januari 2009, 15 januari 2009 en 20 januari 2009, nu zij zienswijzen hebben ingediend tegen de vrijstelling van 1 juli 2008 en de bouwvergunningen zijn verleend met gebruikmaking van deze vrijstelling.
2.4.1. Het college heeft de vrijstelling van 1 juli 2008 voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb en dit besluit overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:43, eerste lid, en artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb aan [appellanten] en anderen toegezonden. Niet in geschil is dat de bouwvergunningen van 14, 15 en 20 januari 2009 niet zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb en deze besluiten niet aan [appellanten] en anderen zijn toegezonden.
De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat het college niet gehouden was om met betrekking tot de besluiten van 14, 15 en 20 januari 2009 opnieuw toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 3:43, eerste lid, en artikel 3:44 van Pro de Awb, nu deze besluiten niet zijn voorbereid met afdeling 3.4 van de Awb. [appellanten] en anderen hadden voorts op de hoogte kunnen zijn van deze besluiten en tijdig een bezwaarschrift kunnen indienen, nu de aanvragen om bouwvergunning van 6 november 2008 en 7 november 2008 op 19 november 2008 zijn gepubliceerd in het huis-aan-huisblad "Regiobode" en de besluiten van 14, 15 en 20 januari 2009 op 28 januari 2009 zijn gepubliceerd in dit huis-aan-huisblad.
Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen dat de overschrijding van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen de besluiten van 14 januari 2009, 15 januari 2009 en 20 januari 2009 niet verschoonbaar kan worden geacht.
Het betoog faalt.
2.5. Voor zover [appellanten] en anderen voorts in algemene zin naar de overige door hen in beroep aangevoerde stellingen verwijzen, is dat evenzeer tevergeefs. De voorzieningenrechter heeft deze beoordeeld. [appellanten] en anderen hebben niet betoogd, dat en waarom de desbetreffende overwegingen van de voorzieningenrechter niet juist zijn.
2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.
w.g. Slump w.g. Van Driel
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2011
414-580.