Uitspraak
200402583/1en 11 oktober 2006, in zaak nr.
200509545/1.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland stemde op 4 maart 2010 in met het saneringsplan 'Raamsaneringsplan Bodemverontreiniging Goese Schans'. Dit besluit werd op 10 maart 2011 ter inzage gelegd. [Appellant] stelde beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 12 oktober 2010 werden partijen gehoord, waaronder het college, [appellant], de gemeente Goes en Grondexploitatiemaatschappij Goese Schans B.V.
[Appellant] voerde aan dat het besluit niet rechtsgeldig was omdat niet was aangetoond dat het hoofd afdeling Milieuhygiëne bevoegd was het besluit te nemen. Dit werd verworpen op grond van het Mandaatbesluit van gedeputeerde staten Zeeland. Daarnaast stelde [appellant] dat het besluit in strijd was met het systeem van de Wet bodembescherming, omdat voor enkele percelen nog geen besluiten over ernst en spoedeisendheid van bodemverontreiniging waren genomen.
De Afdeling oordeelde dat volgens de Wet bodembescherming voorafgaand aan instemming met een saneringsplan besluiten moeten zijn genomen over de ernst en spoedeisendheid van de bodemverontreiniging. De wetswijziging per 1 januari 2006 had dit systeem niet veranderd. Omdat in het saneringsplan nog onduidelijkheden waren over de omvang van de sanering en niet voor alle deellocaties besluiten over ernst en spoedeisendheid waren genomen, heeft het college in strijd met de wet gehandeld door in te stemmen met het saneringsplan.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten Zeeland tot instemming met het saneringsplan is vernietigd wegens strijd met de Wet bodembescherming.