ECLI:NL:RVS:2011:BQ2591
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over situatie Mogadishu
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris op 5 november 2008 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat frustratie van het onderzoek door de vreemdeling een geslaagd beroep op artikel 15, aanhef en onder c, van de Richtlijn 2004/83/EG in de weg stond. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris niet uitdrukkelijk had bestreden dat de vreemdeling afkomstig was uit Mogadishu en dat hij onvoldoende had gemotiveerd of zich in Mogadishu ten tijde van belang een uitzonderlijke situatie voordeed.
Daarom werd het besluit van 5 november 2008 vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd het hoger beroep gegrond verklaard en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ten bedrage van €1.081,00.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de situatie in Mogadishu en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.