ECLI:NL:RVS:2011:BQ2661
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- J.C. Kranenburg
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ontheffing bouwvergunning betonfabriek
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende een bouwvergunning en ontheffing voor het gedeeltelijk vernieuwen van bedrijfsruimten met kantoor ten behoeve van een betonfabriek op een perceel met bestemming 'Bedrijven' categorie C4. De rechtbank verklaarde deze besluiten onrechtmatig en vernietigde ze, oordelend dat het college niet bevoegd was ontheffing te verlenen omdat de bedrijfsvoering niet gelijkgesteld kon worden met toegelaten categorieën.
In hoger beroep stelde het college en de betonfabriek dat de rechtbank ten onrechte de bevoegdheid van het college had beperkt, omdat de activiteiten in de nieuwe gebouwen onder categorie C3 vielen en artikel 3 lid Pro 1 B onder d van de planvoorschriften een splitsing van bedrijfsonderdelen toelaat. De Raad van State oordeelde echter dat artikel 3 lid 3 aanhef Pro en onder a geen grond biedt voor deze uitleg en bevestigde dat de ontheffing terecht was verleend.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank onterecht de besluiten van 10 augustus en 4 september 2009 had herroepen, omdat het college beleidsvrijheid heeft en nog een projectbesluit kan nemen. De hogere beroepen van het college en de betonfabriek werden gegrond verklaard, het hoger beroep van appellant ongegrond. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan de betonfabriek wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover de besluiten zijn herroepen en bevestigt dat het college bevoegd was ontheffing te verlenen.