ECLI:NL:RVS:2011:BQ2703
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in vreemdelingenprocedure
In deze zaak hebben vreemdelingen bezwaar gemaakt tegen besluiten van 19 april 2004 waarbij hun verblijfsvergunningen werden ingetrokken of niet verlengd. Na een langdurige procedure, die ruim vijf jaar duurde, verklaarde de rechtbank het beroep van de vreemdelingen ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de totale duur van de procedure, bestaande uit een bezwaarschriftprocedure en één rechterlijke instantie, de redelijke termijn van drie jaar aanzienlijk had overschreden. Deze overschrijding van ruim twee jaar was volledig toe te rekenen aan het bestuursorgaan en was niet gerechtvaardigd gezien de complexiteit van de zaak en het procesverloop.
Hoewel de inhoudelijke besluiten in stand bleven, werd de minister veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van € 2.500 per persoon aan de vreemdelingen. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan de vreemdelingen vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige afhandeling van procedures en de gevolgen van overschrijding daarvan.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500 per persoon wegens overschrijding van de redelijke termijn in de vreemdelingenprocedure.