ECLI:NL:RVS:2011:BQ3229
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid risico terugkeer Iran
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil is getreden door mee te wegen dat de partner van de vreemdeling een erkend Iraanse vluchteling is, terwijl dit niet in de procedure was aangevoerd. Vervolgens beoordeelt de Raad het besluit van 3 februari 2010 inhoudelijk.
De vreemdeling stelde dat zij bij terugkeer naar Iran een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, omdat zij als ongehuwde vrouw met kinderen zou worden vervolgd wegens ongehuwd geslachtsverkeer. De Raad stelt vast dat de door de vreemdeling overgelegde rapporten en ambtsberichten geen steun bieden voor dit standpunt, mede omdat volgens het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken seksuele relaties die in het buitenland zijn aangegaan niet in Iran worden vervolgd.
Daarom is de vreemdeling niet geslaagd in de bewijslevering dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.