AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Overveerpolder
Bij besluit van 30 september 2010 stelde de raad van de gemeente Oegstgeest het bestemmingsplan 'Overveerpolder' vast, waarin onder meer een veldsportcomplex voor de herhuisvesting van sportvereniging ASC is voorzien.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de realisatie van het sportpark omdat dit op korte afstand van zijn woning zou komen, waarbij hij zich beroept op de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. De raad stelde dat het perceel waarop verzoeker woont een agrarische bestemming heeft zonder toestemming voor permanente bewoning, en dat er geen bouwaanvraag of bouwvergunning voor een woning bekend is.
De voorzitter oordeelde dat er geen sprake is van een woning binnen de aanbevolen minimale afstand van 50 meter tot het sportcomplex, zodat de raad terecht heeft geoordeeld dat aan de richtafstand is voldaan. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 26 april 2011 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Overveerpolder is afgewezen wegens het ontbreken van een woning binnen de richtafstand.
Uitspraak
201012113/2/R1.
Datum uitspraak: 26 april 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
de raad van de gemeente Oegstgeest,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Overveerpolder" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2010, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 december 2010, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 april 2011, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. G.G. Kranendonk, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. van Doorn, M.J. de Jongh en R.J.M. van der Zanden, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar de vereniging Ajax Sportman Combinatie (hierna: ASC), vertegenwoordigd door D.L. de Bock, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet onder meer in een veldsportcomplex ten behoeve van de herhuisvesting van sportvereniging ASC in de Overveerpolder te Oegstgeest.
2.3. [verzoeker] kan zich niet vinden in de realisatie van dit sportpark. Daartoe voert hij aan dat dit sportpark op korte afstand van zijn woning is voorzien en dat de raad ten onrechte en ongemotiveerd is afgeweken van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009 (hierna: de VNG-brochure) geadviseerde afstanden.
2.4. De raad stelt zich op het standpunt dat het vigerende bestemmingsplan permanente bewoning op het perceel [locatie], waar [verzoeker] stelt te wonen, niet toestaat. Daarnaast is bij de gemeente geen bouwaanvraag of bouwvergunning bekend voor de oprichting van een woning op dit perceel en ook bij het kadaster is niet bekend dat het gebouw op het perceel [locatie] als woning kan worden aangemerkt. De raad is derhalve van mening dat in planologische zin geen woning aanwezig is op dit perceel. Gelet hierop heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat binnen een afstand van 50 meter ten opzichte van het voorziene sportcomplex geen woningen aanwezig zijn en derhalve voldaan wordt aan de richtafstand uit de VNG-brochure.
2.5. Aan de gronden grenzend aan het perceel van [verzoeker] is de bestemming "Sport" toegekend.
Ingevolge artikel 7.1.1 van de planregels zijn deze gronden bestemd voor:
a. sportactiviteiten;
b. sportvoorzieningen zoals sportvelden, tribunes, lichtmasten, dug-outs, backstops, ballenvangers, vlaggenmasten, scoreborden, slagkooien, hekwerken en scorehokken;
c. servicestation ten behoeve van onderhoud van sportvelden en sportaccommodaties;
d. wegen en voet- en fietspaden;
e. horeca uitsluitend ten dienste van sport;
f. openbaar groen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen;
g. water, waterlopen, voorzieningen voor de waterhuishouding;
met bijbehorende gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen en dammen.
2.5.1. De in de VNG-brochure aanbevolen minimale afstand tussen een veldsportcomplex (met verlichting) en woningen bedraagt 50 meter, terwijl het perceel [locatie] aan het plangebied grenst.
2.5.2. [verzoeker] heeft in zijn beroepschrift gesteld dat hij op het perceel [locatie] woont. Ter zitting is evenwel gebleken dat het perceel van [verzoeker] thans een agrarische bestemming heeft, waar uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming mogen worden opgericht. Permanente bewoning is hier niet toegestaan. Niet is gebleken dat voor het pand van [verzoeker] een bouwvergunning voor een burgerwoning is verleend.
Onder deze omstandigheden heeft de raad naar het voorlopig oordeel van de voorzitter geen rekening hoeven houden met de bewoning van dit perceel door [verzoeker], en zich, nu er ook verder geen woningen binnen een afstand van 50 meter van het sportcomplex aanwezig zijn, terecht op het standpunt gesteld dat aan de richtafstand uit de VNG-brochure is voldaan.
2.6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.