ECLI:NL:RVS:2011:BQ3408

Raad van State

Datum uitspraak
26 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201103452/1/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Schikking
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.G. Drupsteen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39a Wet bodembeschermingArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens niet hervatten sanering Ringbaan Oost 114

Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde op 9 februari 2011 aan Equal Real Estate Management B.V. een last onder dwangsom op wegens het niet overeenkomstig het saneringsplan hervatten van de sanering ter plaatse van Ringbaan Oost 114 te Tilburg, in strijd met artikel 39a van de Wet bodembescherming (Wbb).

Equal maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 13 april 2011 werden de standpunten van beide partijen besproken. Het college baseerde zich op het saneringsplan van 2003, waarin was bepaald dat binnen een jaar na instemming met het plan zou worden begonnen met saneren en dat de sanering 185 weken zou duren.

Equal stelde dat het tijdelijk stilleggen van de sanering niet in strijd is met het saneringsplan, omdat de saneringsdoelstelling binnen 30 jaar nog steeds wordt gehaald en de sanering zal worden hervat bij herontwikkeling van het terrein. Een rapport van Tauw B.V. bevestigde dat de spoedeisendheid van de sanering niet aanwezig is. De voorzitter oordeelde dat niet is gebleken dat artikel 39a Wbb wordt overtreden en schorst het besluit tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar.

Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan Equal. De uitspraak werd gedaan op 26 april 2011 door voorzitter Drupsteen.

Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

201103452/1/M2.
Datum uitspraak: 26 april 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Equal Real Estate Management B.V. (hierna: Equal), gevestigd te Haarlem,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2011 heeft het college aan Equal een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met artikel 39a van de Wet bodembescherming (hierna: de Wbb) niet overeenkomstig het saneringsplan hervatten van de sanering ter plaatse van de Ringbaan Oost 114 te Tilburg.
Tegen dit besluit heeft Equal bezwaar gemaakt.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 maart 2011, heeft Equal de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 april 2011, waar Equal, vertegenwoordigd door mr. ing. G.J. Kremers, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.H. Verhees en P.F.B.A. Jansen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Bij besluit van 8 oktober 2003 heeft het college ten aanzien van de verontreiniging ter plaatse van de Ringbaan Oost 114 de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering vastgesteld. Daarnaast heeft het college ingestemd met het saneringsplan. In 2003 is ter uitvoering van het saneringsplan ter plaatse van het zogenoemde Shurgardterrein een ondergrondse ringleiding aangelegd waarmee verontreinigd grondwater kan worden opgepompt, gereinigd en geloosd. De ringleiding is nog niet in werking gesteld. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat nu tussentijds is gestopt met saneren in strijd wordt gehandeld met het saneringsplan, omdat hierin is vermeld dat binnen 1 jaar na afgifte van de beschikking tot instemming met het saneringsplan zal worden begonnen met saneren en de sanering 185 weken zal duren. Ten gevolge hiervan wordt volgens het college in strijd gehandeld met artikel 39a van de Wbb.
2.2. Equal voert aan dat niet in strijd wordt gehandeld met het saneringsplan. Zij voert hiertoe aan dat de saneringsdoelstelling van het saneringsplan, dat binnen 30 jaar een stabiele eindsituatie wordt bereikt, door het tijdelijk stilleggen van de sanering niet in gevaar komt. Equal is voornemens over te gaan tot saneren wanneer het saneringsterrein wordt herontwikkeld. Volgens Equal noopt de spoedeisendheid van de sanering niet tot het direct hervatten hiervan. Vanwege de financiële positie waarin zij zich bevindt is het volgen van een planning die aansluit bij de feitelijke herontwikkeling van het saneringsterrein volgens Equal niet onredelijk.
2.2.1. Ingevolge artikel 39a van de Wbb, voor zover hier van belang, voeren degene die de bodem saneert alsmede degene die de sanering feitelijk uitvoert, de sanering uit overeenkomstig het saneringsplan waarmee is ingestemd.
2.2.2. In het saneringsplan waarmee bij besluit van 8 oktober 2003 is ingestemd is vermeld dat in het kader van de herinrichting en geplande nieuwbouw ter plaatse van het terrein Ringbaan Oost 114 in 2003 wordt begonnen met saneren. Verwacht wordt dat na 185 weken de verontreinigingstoestand stabiel is. Daarnaast is opgemerkt dat binnen 30 jaar een stabiele eindsituatie is bereikt.
2.2.3. In het bestreden besluit verwijst het college ter onderbouwing dat Equal in strijd met het saneringsplan handelt enkel naar hetgeen is opgemerkt in het saneringsplan ten aanzien van de start van de sanering en de verwachte uitvoeringsduur. Naar het oordeel van de voorzitter volgt uit hetgeen in het saneringsplan ten aanzien van deze aspecten is opgemerkt niet dat het tijdelijk stilleggen van de uitvoer van de sanering in strijd is met het saneringsplan. Gelet hierop is niet gebleken dat Equal in zoverre artikel 39a van de Wbb overtreedt.
2.2.4. In opdracht van Equal heeft Tauw B.V. opnieuw de spoedeisendheid van de sanering van de verontreiniging ter plaatse van de Ringbaan Oost 114 onderzocht. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft Tauw B.V. het rapport van 6 december 2010 opgesteld. In dit rapport is ten aanzien van de spoedeisendheid van de sanering opgemerkt dat enkel het feit dat een drijflaag aanwezig is maakt dat het geval van verontreiniging formeel gezien spoedeisend is. Op basis van verspreidingsrisico's van de pluim zelf wordt verwacht dat het geval van verontreiniging niet spoedeisend is, omdat ondanks het feit dat het volume van de verontreiniging groter is dan 6.000 m3 naar verwachting de jaarlijkse volumetoename minder zal zijn dan 1.000 m3.
De constateringen in het rapport van 6 december 2010 ten aanzien van de spoedeisendheid van de sanering worden door het college in beginsel niet bestreden.
2.2.5. Nu niet is gebleken dat artikel 39a van de Wbb wordt overtreden en bovendien niet in geschil is dat de verspreiding van de verontreiniging beperkt is, ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Ten overvloede merkt de voorzitter hierbij op dat wanneer wel sprake is van een overtreding de financiële positie waarin een onderneming zich bevindt op zich geen reden is om af te zien van het toepassen van handhavingsmiddelen.
2.3. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg van 9 februari 2011, kenmerk BOHOGMA-10-10490761, tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Equal Real Estate Management B.V. in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Equal Real Estate Management B.V. het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Drouen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2011
492-578.