ECLI:NL:RVS:2011:BQ3423

Raad van State

Datum uitspraak
29 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201102611/2/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.G. Drupsteen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing bestemmingsplan kampeerterrein Noordhoeksestraat 5

Bij besluit van 14 december 2010 stelde de raad van de gemeente Overbetuwe het bestemmingsplan 'Buitengebied, Noordhoeksestraat 5' vast, waarin een kampeerterrein met maximaal 25 plaatsen, waaronder 12 stacaravans, en vier bed and breakfast kamers werd toegestaan.

Verzoekers stelden beroep in en vroegen om een voorlopige voorziening. Zij betoogden dat het plan in strijd is met de nota Kampeerbeleid uit 2008, met name vanwege het niet naleven van de minimale afstand van 50 meter tot de erfgrens van naastgelegen woningen en het toestaan van stacaravans, wat volgens hen leidt tot ongewenste verstening.

De voorzitter oordeelde dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is afgeweken van de afstandseis en dat niet alle overlastaspecten zijn onderzocht. Ook bevat de nota geen afwijkingsbevoegdheid. Daarom werd het besluit geschorst en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt geschorst wegens onvoldoende motivering bij afwijking van afstandseisen en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

201102611/2/R2.
Datum uitspraak: 29 april 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker] en anderen, wonend te [woonplaats],
en
de raad van de gemeente Overbetuwe,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 14 december 2010, kenmerk 10rb000137, heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, Noordhoeksestraat 5" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 februari 2011, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoeker] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 april 2011, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door mr. Tj.P. Grünbauer, advocaat te Ede, en de raad, vertegenwoordigd door A.H. van der Wielen, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in een kampeerterrein voor maximaal 25 kampeerplaatsen, waarvan maximaal twaalf stacaravans, en vier kamers voor bed and breakfast. Het plan is vastgesteld na een verzoek hiertoe door [belanghebbende].
2.3. Hoewel [belanghebbende] in haar schriftelijke uiteenzetting aangeeft niet te zullen starten met de realisatie van het bestemmingsplan, heeft zij geen toezegging gedaan dat geen omgevingsvergunning voor het bouwen zal worden aangevraagd voordat uitspraak wordt gedaan in de bodemzaak. Gelet hierop neemt de voorzitter aan dat met het verzoek een spoedeisend belang is gediend.
2.4. [verzoeker] en anderen betogen dat het plan is vastgesteld in strijd met de nota Kampeerbeleid (hierna: de nota), zoals door de raad is vastgesteld in juni 2008. Hiertoe voeren zij aan dat niet wordt voldaan aan de daarin gestelde minimaal aan te houden afstand van 50 meter tussen een kleinschalig kampeerterrein en de erfgrens van naastgelegen woningen. Dit klemt volgens hen te meer nu op dit kampeerterrein tevens stacaravans zijn toegestaan, hetgeen volgens de nota op een kleinschalig kampeerterrein in beginsel niet mogelijk is. Bovendien brengt de bouw van stacaravans ongewenste verstening van het buitengebied met zich, aldus [verzoeker] en anderen.
2.4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat gemotiveerd is afgeweken van de in de nota opgenomen minimale afstand van 50 meter tot de erfgrens van naastgelegen woningen. Hiervoor verwijst de raad naar de aan het plan ten grondslag gelegde onderzoeken, waaronder een akoestisch onderzoek van 25 november 2009, opgesteld door Stroop raadgevende ingenieurs BV. Ten aanzien van de verstening stelt de raad dat het plan ruimtelijk verantwoord is.
2.4.2. Uit de verbeelding blijkt dat het plangebied direct grenst aan het naastgelegen perceel Noordhoeksestraat 7 en op een afstand van ongeveer 34 meter ligt van de erfgrens van het perceel Noordhoeksestraat 6.
2.4.3. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom in het voorliggende plan wordt afgeweken van de in de nota opgenomen minimale afstand van 50 meter tot de erfgrens van naastgelegen woningen. Mede gezien de mate waarin wordt afgeweken van deze minimale afstandseis, heeft de raad niet kunnen volstaan met de enkele verwijzing naar de ten behoeve van het plan opgestelde onderzoeken. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat alle overlast veroorzakende aspecten van het kampeerterrein zijn onderzocht en in de afweging zijn betrokken. Voorts acht de voorzitter van belang dat, naar ter zitting is bevestigd, de nota geen afwijkingsbevoegdheid bevat. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding om het bestreden besluit te schorsen.
2.5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Overbetuwe van 14 december 2010, kenmerk 10rb000137;
II. veroordeelt de raad van de gemeente Overbetuwe tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
III. gelast dat de raad van de gemeente Overbetuwe aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Tuit
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2011
425-647.