Uitspraak
200706015/1), is de uitoefening van de bevoegdheid tot het stilleggen van de bouwwerkzaamheden, geregeld in artikel 100, derde lid, van de Woningwet, zoals deze gold tot 1 april 2007, gericht op onmiddellijke stillegging van de met die wet strijdige bouwwerkzaamheden, waarbij, gelet op aard en strekking van die bevoegdheid, niet behoeft te worden onderzocht of de stil te leggen bouw gelegaliseerd kan worden. Doel en strekking van een last onder dwangsom sluiten echter niet uit dat onder bijzondere omstandigheden van het opleggen ervan moet worden afgezien.
200901141/1), biedt artikel 100d van de thans geldende Woningwet geen aanknopingspunten om daarover thans anders te oordelen.