ECLI:NL:RVS:2011:BQ4057
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.G. Drupsteen
- P.F.W. Tuit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunning pluimveehouderij Natura 2000
Bij besluit van 20 oktober 2009 verleende het college een vergunning aan verzoeker voor het houden van 232.000 kippen op een perceel te Groesbeek. Na bezwaren van onder meer de coöperatie MOB en de Werkgroep Milieubeheer Groesbeek werd deze vergunning bij besluit van 2 december 2010 alsnog geweigerd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek op 19 april 2011. De kern van het geschil betrof de vraag of het gebruik van het bedrijf op de referentiedatum was verricht en of het gebruik sindsdien in betekenende mate was gewijzigd, zoals bedoeld in artikel 19kd van de Nbw 1998. Verzoeker stelde dat zijn bedrijfsvoering niet structureel was gewijzigd en dat de tijdelijke stilstand niet aan hem te wijten was.
Het college stelde dat het gebruik wel in betekenende mate was gewijzigd, mede omdat de pluimveehouderij haar werkzaamheden had gestaakt en er sprake was van een overschrijding van de kritische depositiewaarde, waardoor een passende beoordeling had moeten plaatsvinden. De voorzitter oordeelde dat beantwoording van deze rechtsvragen nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure niet geschikt is.
Gelet op de mogelijke negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden en de belangenafweging wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Hierdoor kan verzoeker zijn bedrijf niet in gebruik nemen zonder een inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning wordt afgewezen.