ECLI:NL:RVS:2011:BQ4611
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste identiteit
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning wegens onjuiste identiteit vernietigde. De vreemdeling had bij zijn aanvraag onjuiste persoonsgegevens verstrekt en weigerde zijn identiteit te herstellen ondanks een uitdrukkelijke gelegenheid daartoe.
De Raad van State oordeelt dat op grond van artikel 18 en Pro 19 van de Vreemdelingenwet 2000 de staatssecretaris bevoegd was de vergunning in te trekken omdat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag hadden geleid. De vreemdeling was door zijn raadsman expliciet gewezen op de gevolgen van het niet herstellen van zijn identiteit.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot intrekking wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wegens het verstrekken van onjuiste identiteit wordt bevestigd en het hoger beroep van de minister gegrond verklaard.