ECLI:NL:RVS:2011:BQ4910
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- L.M. Melenhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan De Lier
Bij besluit van 14 december 2010 heeft de gemeenteraad van Westland het bestemmingsplan voor een locatie te De Lier vastgesteld, waarin onder meer een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor uitbreiding van bedrijfsbebouwing met een maximale bouwhoogte van 15 meter. Verzoeker, die belanghebbende is vanwege zicht vanuit zijn perceel, heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om artikel 10 van Pro het plan te wijzigen en de bouwhoogte te verlagen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting op 18 april 2011, waarbij partijen en belanghebbenden zijn gehoord. De voorzitter overweegt dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure.
De voorzitter oordeelt dat geen spoedeisend belang aanwezig is omdat onomkeerbare gevolgen pas kunnen ontstaan na het inwerkingtreden van een wijzigingsplan en er geen aanwijzingen zijn dat op korte termijn gebruik zal worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Ook acht hij het verzoek te verstrekkend omdat de Afdeling in de bodemprocedure doorgaans niet zelf bestemmingen en planregels vaststelt.
Gelet op deze overwegingen wijst de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet hij geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 mei 2011.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen artikel 10 van het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.