Uitspraak
200907364/1/R2) dient aan de in een exploitatieplan opgenomen raming van de inbrengwaarde van percelen in beginsel een door een onafhankelijke deskundige uitgevoerde taxatie ten grondslag te liggen.
Raad van State
Bij besluit van 12 maart 2009 stelde de gemeenteraad van Roosendaal het bestemmingsplan Spoorhaven 1e fase en twee exploitatieplannen vast. Appellanten, waaronder een particulier en Koninklijke Coöperatie Cosun UA, maakten hiertegen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De beroepen betroffen onder meer de financiële uitvoerbaarheid, de motivering van het stap 3-besluit, de vastlegging van maatregelen en compensaties in het bestemmingsplan, en de bestemming en gebruiksmogelijkheden van gronden.
De Afdeling overwoog dat het beroep deels niet-ontvankelijk was wegens te late indiening en dat het bestemmingsplan en exploitatieplannen op onderdelen in strijd waren met de vereiste zorgvuldigheid en motivering. Zo was de inbrengwaarde van gronden niet door een onafhankelijke deskundige getaxeerd, en waren bepaalde planregels onzorgvuldig geformuleerd of niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Ook werd geoordeeld dat de raad in redelijkheid keuzes had gemaakt omtrent de uitwerkingsplicht en de milieukwaliteit.
De Afdeling gaf de raad de opdracht om de gebreken te herstellen binnen een gestelde termijn, onder meer door het aanpassen van planregels en het verbeteren van de motivering. Voor het overige werd het bestemmingsplan en de exploitatieplannen in stand gelaten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering, rechtszekerheid en het zorgvuldig vastleggen van maatregelen in ruimtelijke plannen.
Uitkomst: De Afdeling beveelt herstel van gebreken in het bestemmingsplan en exploitatieplannen en verklaart het beroep deels gegrond.