ECLI:NL:RVS:2011:BQ5895
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanleg- en bouwvergunning voor paddock in agrarisch gebied te Soest
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 28 januari 2009 twee besluiten genomen waarbij het de aanleg- en bouwvergunning voor een paddock op een perceel in Soest heeft geweigerd. De weigering was gebaseerd op het bestemmingsplan 'Soest-Zuid 1995', dat het gebied bestempelt als 'Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden'. Het college vond dat de paddock in strijd was met deze bestemming en dat ontheffing niet verantwoord was vanwege negatieve effecten op het landschap en het feit dat het buiten de provinciale rode contour viel.
De rechtbank Utrecht heeft het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond verklaard. Appellant stelde onder meer dat de paddock niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend na het verstrijken van de wettelijke termijn. Tevens voerde appellant aan dat het beleid van het college dat paardenbakken in de regel niet toestaat, niet passend was voor een paddock, omdat deze een andere functie heeft.
De Raad van State oordeelt dat de paddock niet voor agrarisch gebruik wordt gehouden maar hobbymatig, waardoor deze in strijd is met de bestemming. De bouwvergunning is derhalve niet van rechtswege verleend. Het beleid van het college is redelijk toegepast, omdat de paddock ruimtelijk vergelijkbaar is met een paardenbak. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de situatie niet vergelijkbaar is met andere gevallen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de aanleg- en bouwvergunning bevestigd.