AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Buitengebied inzake lichtmasten
De raad van de gemeente Hoogezand-Sappemeer stelde op 23 augustus 2010 het bestemmingsplan "Buitengebied" vast. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om onomkeerbare gevolgen van het plan te voorkomen.
Verzoeker richtte zich specifiek tegen de toelating van lichtmasten tot 6 meter hoog op een perceel in Kropswolde, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan kent aan dit perceel de bestemming "Agrarisch" toe, waarbij lichtmasten tot 6 meter zijn toegestaan zonder nadere voorwaarden over aantal of plaatsing.
De voorzitter overwoog dat lichtmasten van 6 meter hoogte ruimtelijke invloed kunnen hebben en dat de belangen van verzoeker mogelijk onvoldoende zijn meegewogen. Daarom werd het besluit geschorst voor zover het de toelating van lichtmasten op het betreffende perceel betreft.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker. De uitspraak werd op 20 mei 2011 in het openbaar gedaan door voorzitter Hoekstra en ambtenaar van staat Zwemstra.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt geschorst voor zover lichtmasten tot 6 meter op het perceel in Kropswolde zijn toegestaan en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitspraak
201010001/4/R1.
Datum uitspraak: 20 mei 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te Kropswolde, gemeente Hoogezand-Sappemeer,
en
de raad van de gemeente Hoogezand-Sappemeer,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 augustus 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 december 2010, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[verzoeker] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 april 2011, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. C. Lubben, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoeker] beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van het plan tegen te gaan. Op 2 maart 2011 is een omgevingsvergunning voor het bouwen van 6 lichtmasten op het perceel [locatie] te Kropswolde aangevraagd, welke op 7 april 2011 door het college van burgemeester en wethouders is verleend. Tegen de verlening van deze omgevingsvergunning voor het bouwen heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt. Gelet hierop en nu het plan ook voorziet in deze bebouwing overweegt de voorzitter dat [verzoeker] een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
2.3. Het verzoek van [verzoeker] richt zich tegen artikel 3, lid 3.2, onder 3.2.4, van de planregels, voor zover lichtmasten tot 6 m hoog worden toegestaan op het perceel [locatie]. Hij vreest aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van het toestaan van lichtmasten op dat perceel.
2.4. Aan het perceel [locatie] is de bestemming "Agrarisch" en de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden – [paardenhouderij]" toegekend.
Ingevolge artikel 3, lid 3.2, onder 3.2.4, van de planregels zijn op gronden met de bestemming "Agrarisch" licht-, reclame- en vlaggenmasten toegelaten tot een hoogte van 6 m.
2.5. De voorzitter overweegt dat lichtmasten met een hoogte van 6 m ruimtelijke invloed kunnen hebben op het woon- een leefklimaat van omwonenden. Nu het plan geen nadere eisen stelt aan het aantal lichtmasten en de plaatsing ervan ten opzichte van omliggende gronden, is de voorzitter er op voorhand niet van overtuigd dat de raad bij de gewijzigde vaststelling van het plan op dit punt de belangen van [verzoeker] in voldoende mate in zijn afweging heeft betrokken. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.6. De raad dient ten aanzien van [verzoeker] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Hoogezand-Sappemeer van 23 augustus 2010, nummer 32, wat betreft de zinsnede "licht-," in artikel 3, lid 3.2, onder 3.2.4, van de planregels, voor zover dit ziet op het perceel [locatie] te Kropswolde;
II. veroordeelt de raad van de gemeente Hoogezand-Sappemeer tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 925,11 (zegge: negenhonderdvijfentwintig euro en elf cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de raad van de gemeente Hoogezand-Sappemeer aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.