Uitspraak
200802708/1en van 13 oktober 2010 in zaak nr.
201002635/1/H1. Dat de opstal in de registratie ten behoeve van de Wet waardering onroerende zaken als woning is geregistreerd, biedt evenmin grond voor een ander oordeel. Voorts betekent, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 15 juli 2009 in zaak nr.
200900462/1/H1), de omstandigheid dat aan een pand een huisnummer is toegekend, zoals aan de door [appellant] bewoonde opstal is gedaan, niet dat daardoor een zelfstandige woning is ontstaan. [appellant] kon derhalve aan die omstandigheid niet de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat het college tegen de permanente bewoning ervan niet handhavend zou optreden. Dat [appellant] € 40.000 heeft geïnvesteerd om de staat van de opstal te verbeteren, is evenmin een bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college van handhavend optreden diende af te zien. [appellant] heeft, door de opstal in strijd met het bestemmingsplan permanent te bewonen, het risico genomen dat het college daartegen handhavend zou optreden en de investering aldus verloren zou gaan. Geen grond bestaat voor het oordeel dat voormelde omstandigheden tezamen bezien tot een andere conclusie zouden moeten leiden.