Uitspraak
201004367/1is het besluit van 9 april 2010 tot oplegging van de last onder dwangsom geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist. De voorzitter stelt vast dat ten aanzien van de beslissing op bezwaar van 27 januari 2011 niet om het treffen van een voorlopige voorziening is verzocht. Bij de beoordeling van het onderhavige verzoek is slechts de vraag aan de orde of onverwijlde spoed bestaat die, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van het invorderingsbesluit van 31 maart 2011 vereist.