Uitspraak
200806135/1, opnieuw beslissend het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Raad van State
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van de minister van Financiën d.d. 15 december 2006, waarin het verzoek om ontheffing van de verplichting tot identificatie bij de Postbank werd afgewezen. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) niet was opgenomen in de bijlage van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisaties (Wbbo), die de rechtsmacht van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) regelt. Gezien de wetsgeschiedenis en een eerdere uitspraak van het CBb omtrent de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wmot), achtte de Afdeling zich niet bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep.
De Afdeling besloot daarom het hogerberoepschrift door te zenden aan het CBb voor verdere behandeling. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 8 juni 2011 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en zendt het door naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven.