Uitspraak
201009859/1/H1, heeft de Afdeling overwogen dat de berging niet in strijd is met het bestemmingsplan. Het betoog faalt.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede wees het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen de berging op een perceel te Enschede af. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellante beroep in bij de rechtbank Almelo, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de berging niet in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Horstlanden-Veldkamp". Dit oordeel volgt uit een gelijktijdige uitspraak in een gerelateerde zaak. Het betoog van appellante faalt daarmee. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 juni 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.