ECLI:NL:RVS:2011:BQ7843
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende zorgvuldigheid bij taalanalyse in vreemdelingenprocedure over herkomstbewijs
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De kern van het geschil is de zorgvuldigheid van een taalanalyse uitgevoerd door het Bureau Land en Taal (BLT) ter ondersteuning van het besluit van de minister.
De minister voerde aan dat de taalanalyse en de reactie daarop betrekking hadden op de taalsituatie in de regio Zummar en dat het ambtsbericht een ruimer gebied besloeg, waardoor geen sprake zou zijn van een motiveringsgebrek. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een motiveringsgebrek, maar dat de minister wel zijn vergewisplicht had geschonden omdat de deskundigheid van de zegsman die de taalinformatie leverde niet kon worden vastgesteld.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard, waarbij de gronden van de rechtbank werden verbeterd en bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.