ECLI:NL:RVS:2011:BQ7856
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geloofwaardigheid asielrelaas en beoordeling verblijfsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De vreemdeling had een dreigbrief ontvangen die zij als grond voor asiel aanvoerde, maar had deze brief niet overgelegd. De minister achtte de verklaringen over de dreigbrief geloofwaardig, maar vond het asielrelaas in zijn totaliteit ongeloofwaardig en wees de aanvraag af.
De rechtbank oordeelde dat de minister innerlijk tegenstrijdig was door enerzijds de geloofwaardigheid van de dreigbrief te erkennen en anderzijds het asielrelaas niet te toetsen. De Raad van State stelde echter vast dat de minister wel degelijk inhoudelijk had beoordeeld of de geloofwaardig geachte dreigbrief voldoende was voor verblijfsaanvaarding.
De Raad van State verwierp ook het verweer van de vreemdeling dat de minister onredelijk had geoordeeld over de geloofwaardigheid van het asielrelaas, onder meer vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van documenten. De minister mocht het asielrelaas afwijzen ondanks de geloofwaardigheid van de dreigbrief, omdat deze niet voldoende zwaarwegend was om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen.
Uiteindelijk werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.