ECLI:NL:RVS:2011:BQ7865
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid van geografisch categoraal beschermingsbeleid voor Somalische Madhiban-vrouwen niet vastgesteld
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel voor een Somalische vrouw van de Madhiban bevolkingsgroep vernietigde.
De rechtbank had geoordeeld dat het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig was, maar dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het categoraal beschermingsbeleid alleen geografisch was bepaald en niet op basis van sekse of etniciteit. De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had vastgesteld dat de vreemdeling een alleenstaande vrouw was en dat het beleid voldoende was gemotiveerd.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de vreemdeling een alleenstaande vrouw was, omdat het asielrelaas als geheel ongeloofwaardig was bevonden en dit oordeel niet was bestreden. Daarnaast is het categoraal beschermingsbeleid geografisch bepaald met een ruime beoordelingsvrijheid voor de minister, wat niet onredelijk is.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt in stand gelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand blijft.