ECLI:NL:RVS:2011:BQ7896

Raad van State

Datum uitspraak
6 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201104350/2/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.G. Drupsteen
  • T.L.J. Drouen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.4 Wet milieubeheerArt. 8:81 Algemene wet bestuursrechtArt. 1.2 Invoeringswet Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen deelrevisievergunning Chemelot Nitraatfabriek 2

Bij besluit van 24 februari 2011 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan Chemelot een deelrevisievergunning verleend voor de deelinrichting Nitraatfabriek 2 op de site Chemelot in de gemeenten Sittard-Geleen en Stein. Dit besluit is op 3 maart 2011 ter inzage gelegd. Chemelot heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 18 mei 2011. Chemelot betoogde dat het voorschrift 5.2, dat een maximale emissieconcentratie van ammoniumnitraat van 5 mg/Nm3 vanaf 1 juli 2012 voorschrijft, ten onrechte aan de vergunning is verbonden en dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat het onmogelijk zou zijn om tijdig aan dit voorschrift te voldoen indien het in stand blijft.

De voorzitter oordeelde dat dit betoog geen spoedeisend belang oplevert dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Er is geen reden om aan te nemen dat de Afdeling niet tijdig uitspraak zal doen in de bodemprocedure. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek van Chemelot om een voorlopige voorziening te treffen tegen het emissievoorschrift in de deelrevisievergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

201104350/2/M2.
Datum uitspraak: 6 juni 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Chemelot Site Permit B.V. en OCI Nitrogen B.V. (hierna tezamen en in enkelvoud: Chemelot), gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
verzoeker,
en
het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 24 februari 2011 heeft het college aan Chemelot een deelrevisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor de deelinrichting Nitraatfabriek 2 van de site Chemelot in de gemeenten Sittard-Geleen en Stein. Dit besluit is op 3 maart 2011 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft Chemelot bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2011, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2011, heeft Chemelot de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 mei 2011, waar Chemelot, vertegenwoordigd door mr. R.J.P. Schobben, advocaat te Heerlen, J.P.M. van Doorn en J.A.J. Linders, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.W.M. van der Heijden en ing. G.P.C. Jetten, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 1.2, tweede lid van de Invoeringswet Wabo, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.
2.3. Chemelot betoogt dat voorschrift 5.2 ten onrechte aan de vergunning is verbonden. In dit voorschrift is, voor zover van belang, bepaald dat vanaf 1 juli 2012 de emissieconcentratie van ammoniumnitraat bij emissiepunt 10 maximaal 5 mg/Nm3 mag bedragen. Chemelot stelt dat haar spoedeisend belang is gelegen in het feit dat indien de uitspraak in de hoofdzaak na 1 juli 2012 of korte tijd voor deze datum wordt gedaan en voorschrift 5.2 daarbij in stand wordt gelaten, het voor haar onmogelijk is om tijdig aan dat voorschrift te voldoen.
2.4. Chemelot dient op 1 juli 2012 aan de emissiewaarde van 5 mg/Nm3 te voldoen. Naar het oordeel van de voorzitter levert het gestelde geen spoedeisend belang op dat het treffen van de verzochte voorlopige voorziening rechtvaardigt. Thans is immers geen reden aanwezig om aan te nemen dat de Afdeling niet tijdig een uitspraak zal doen in de bodemprocedure.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Drouen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2011
375-687.