Uitspraak
200400651/1betoogt hij dat degene die geen zicht heeft op de betreffende diersoorten geen belanghebbende is.
Raad van State
Bij besluit van 8 juni 2010 heeft de minister ontheffing verleend van de verbodsbepalingen van artikel 11 van Pro de Flora- en faunawet voor werkzaamheden in verband met het tracébesluit A50 Ewijk-Valburg. Omwonenden, waaronder appellant, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant en anderen als belanghebbenden konden worden aangemerkt, aangezien zij op circa 110 tot 410 meter afstand van het gebied wonen waar de ontheffing geldt. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant en anderen geen aannemelijk belang hadden, omdat zij geen zicht hebben op de beschermde diersoorten en het gebruik van de ontheffing geen ruimtelijke uitstraling op hen heeft.
De Afdeling concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd derhalve afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de ontheffing zelf.
Uitkomst: Het beroep van appellant en anderen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.