Uitspraak
200900139/1/H1) is de aanvrager van een bouwvergunning belanghebbende bij een besluit op die aanvraag, tenzij aannemelijk is dat het bouwplan nimmer kan worden verwezenlijkt. De omstandigheden dat vergunninghoudster geen eigenaar is van de woning, maar huurster, terwijl [appellant] als eigenaar geen toestemming geeft voor het bouwplan, leidt er niet toe dat vergunninghoudster niet als belanghebbende is aan te merken. Niet is uitgesloten dat vergunninghoudster die toestemming alsnog krijgt of mogelijk in plaats daarvan een rechtelijke machtiging, zodat niet op voorhand is uitgesloten dat op enig moment van de bouwvergunning gebruik zal kunnen worden gemaakt. Nu het bouwplan strekt ter legalisering van een aantal aangebrachte veranderingen en niet is gebleken dat het bouwplan nimmer verwezenlijkt kan worden, heeft de rechtbank terecht overwogen dat vergunninghoudster is aan te merken als belanghebbende bij de aanvraag in de zin van artikel 1:2, eerste lid van de Awb.
200407012/1, waarnaar hij heeft verwezen, niet tot een ander oordeel. In die uitspraak was sprake van een ander bouwplan waarbij een serre was gerealiseerd terwijl de aanvraag om bouwvergunning een berging betrof, zodat het gerealiseerde bouwwerk nimmer gelegaliseerd kon worden door de aanvraag. In dit geval is naar gesteld sprake van afwijkingen op ondergeschikte onderdelen. Die rechtvaardigen als zodanig niet de conclusie dat het bouwplan nimmer kan worden verwezenlijkt.