ECLI:NL:RVS:2011:BQ8851

Raad van State

Datum uitspraak
22 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200905726/1/M3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen goedkeuring bestemmingsplan bedrijventerrein Olzendepolder

Het college van gedeputeerde staten van Zeeland heeft op 2 juni 2009 het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Olzendepolder, 2e herziening" goedgekeurd, vastgesteld door de gemeenteraad van Reimerswaal op 28 oktober 2008. Appellant, eigenaar en pachter van agrarische percelen binnen het plangebied, heeft beroep ingesteld tegen dit goedkeuringsbesluit.

Appellant voert aan dat hij problemen ondervindt bij onderhandelingen met de gemeente over de aankoop van zijn gronden en de verplaatsing van zijn agrarisch bedrijf binnen het plangebied. Hij wenst een goede prijs voor zijn percelen en wil zijn bedrijf binnen het plangebied vestigen. Echter, appellant heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen de bestemmingsplanbestemming zelf en erkent dat het college het bestemmingsplan heeft kunnen goedkeuren.

De Raad van State oordeelt dat de aangevoerde bezwaren zich niet richten tegen het goedkeuringsbesluit zelf, maar tegen onderhandelingen die buiten het bereik van het besluit liggen. Daarom kunnen deze niet in deze procedure worden behandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het goedkeuringsbesluit van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

200905726/1/M3.
Datum uitspraak: 22 juni 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Yerseke, gemeente Reimerswaal,
en
het college van gedeputeerde staten van Zeeland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 2 juni 2009 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Reimerswaal bij besluit van 28 oktober 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Bedrijventerrein Olzendepolder, 2e herziening".
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 augustus 2009, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2011, waar [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.K. de Feijter-Vinke, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.
Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door J.K. van Rooijen-van den Berg en ing. S. Wijkhuis, beiden werkzaam bij de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Olzendepolder in Yerseke, gemeente Reimerswaal. [appellant] heeft binnen het plangebied agrarische percelen in eigendom en pacht. De bedrijfsbebouwing van het agrarische bedrijf van [appellant] is gelegen buiten het plangebied.
2.2. [appellant] wijst in zijn beroep op problemen die hij ondervindt bij de onderhandelingen met de gemeente Reimerswaal over de verwerving van zijn percelen binnen het plangebied. [appellant] wenst te bereiken dat deze gronden tegen een goede prijs door de gemeente worden aangekocht. Daarnaast wijst [appellant] op de in zijn ogen moeizaam verlopende onderhandelingen over het verplaatsen van zijn agrarisch bedrijf. [appellant] wil zijn bedrijf vestigen binnen het plangebied.
2.3. Uit de stukken komt naar voren dat [appellant] geen inhoudelijke bezwaren heeft tegen de in het bestemmingsplan aan de gronden gegeven bedrijfsbestemming. Ter zitting is door [appellant] erkend dat door hem niet wordt betwist dat het college heeft kunnen instemmen met het bestemmingsplan. Het door [appellant] in beroep aangevoerde richt zich dan ook niet tegen het goedkeuringsbesluit als zodanig en kan om die reden dan ook niet leiden tot vernietiging daarvan. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, gaat het bereik van het bestreden besluit te buiten en kan daarom in het kader van deze procedure inhoudelijk niet aan de orde komen.
2.4. Het beroep is ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Heusden
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2011
163-678.