ECLI:NL:RVS:2011:BQ8894
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening minister tegen uitspraak rechtbank inzake nieuw besluit bezwaar
De minister van Veiligheid en Justitie heeft bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 april 2011. In deze uitspraak werd bepaald dat de minister een nieuw besluit moest nemen op het bezwaar van wederpartij tegen het eerdere besluit van 31 juli 2009.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 juni 2011 tijdens een openbare zitting geoordeeld dat het belang van de minister bij het verzoek om een voorlopige voorziening zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij een nieuw besluit op bezwaar voordat het hoger beroep is beslist. De voorzitter overwoog dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep onverkort in stand zal blijven en dat het nemen van een nieuw besluit op bezwaar een onwenselijke precedentwerking kan hebben.
Daarom is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit te nemen op het bezwaar totdat het hoger beroep is beslist.